STERNE, Lawrence: Een politieke vertelling

2026-09-03_070511.JPG
Gemini_Generated_Image_fltjv2fltjv2fltj.png
2026-09-03_070511.JPG
Gemini_Generated_Image_fltjv2fltjv2fltj.png

STERNE, Lawrence: Een politieke vertelling

€25.00

» Verwacht in September

Eerste Nederlandse vertaling.

Laurence Sterne (1713–1768) was een invloedrijke Anglo-Ierse auteur en geestelijke, die met zijn meesterwerkenTristram ShandyenEen sentimentele reisde traditionele romanstructuur radicaal vernieuwde. Hij schreefEen politieke vertellingin 1759 naar aanleiding van een hooglopende ruzie over de verdeling van diverse lucratieve posities in de kerkprovincie York. Met zijn kenmerkende ironie en speelse literaire stijl drijft hij de spot met bureaucratie en menselijke ijdelheid.

‘Als bron van inspiratie voor grootheden als Goethe, Gogol, Joyce, Calvino en Kundera behoort Laurence Sterne tot de invloedrijkste schrijvers ooit.’ –NRC Handelsblad

‘Sterne’s proza is een unieke mengeling van subtiliteit en schunnigheid. [..] Zijn romans doen recht aan het feit dat, terwijl we proberen samenhangende verhalen van ons leven te maken, er telkens weer iets tussendoor komt.’ –The Guardian

Friedrich Nietzsche in Menselijk al te menselijk: een boek voor vrije geesten.

De vrijste schrijver. Hoe zou Laurence Sterne in een boek voor vrije geesten ongenoemd kunnen blijven, hij die door Goethe werd geprezen als de meest vrije geest van zijn eeuw! Moge hij hier genoegen nemen met de eer om de meest vrije schrijver aller tijden te worden genoemd, in vergelijking met wie alle anderen stijf, vierkant, onverdraagzaam en ronduit boers overkomen.

Bij hem moet niet het afgeronde en heldere, maar de ‘oneindige melodie’ worden geprezen: als met dit woord een kunststijl een naam krijgt waarbij de bepaalde vorm voortdurend wordt doorbroken, verschoven en naar het onbepaalde terugvertaald, zodat zij het ene en tegelijkertijd het andere betekent. Sterne is de grote meester van de dubbelzinnigheid – waarbij we dit woord redelijkerwijs veel breder moeten nemen dan men doorgaans doet wanneer men aan seksuele toespelingen denkt.

De lezer die te allen tijde precies wil weten wat Sterne eigenlijk van een zaak vindt, of hij er een ernstig of een glimlachend gezicht bij trekt, is verloren: want hij verstaat zich op beide in één plooi van zijn gelaat; hij verstaat de kunst en wil het zelfs: tegelijkertijd gelijk en ongelijk hebben, de diepzinnigheid en de kolder tot een kluwen te draaien.

Zijn uitweidingen zijn tegelijkertijd voortzettingen en verdiepingen van het verhaal; zijn maximes bevatten tevens ironie ten aanzien van alles wat belerend is, en zijn afkeer van het serieuze hangt samen met een neiging om geen enkel onderwerp louter oppervlakkig en uiterlijk te kunnen benaderen. Zo wekt hij bij de juiste lezer een gevoel van onzekerheid op over de vraag of men loopt, staat of ligt: het is een gevoel dat het meest lijkt op zweven. Hij, de soepelste auteur, deelt ook iets van deze soepelheid met zijn lezer. Ja, Sterne verwisselt onvoorzien de rollen en is al snel evenzeer lezer als auteur; zijn boek lijkt op een toneelstuk in een toneelstuk, een theaterpubliek voor een ander theaterpubliek. Men moet zich overgeven aan de grillen van Sterne, op genade of ongenade, en kan overigens verwachten dat deze grillen genadig zijn, altijd genadig.

Het is merkwaardig en leerzaam hoe een zo groot schrijver als Diderot zich tot deze algemene dubbelzinnigheid van Sterne heeft verhouden: eveneens dubbelzinnig, en dat is nu juist de echte over-humor van Sterne. Heeft hij hem, in zijn Jacques de fatalist, nagebootst, bewonderd, bespot, geparodieerd? Men kan het niet helemaal achterhalen, en misschien was dit precies wat de auteur wilde. Juist deze twijfel maakt de Fransen onrechtvaardig tegenover het werk van een van hun grootste meesters (die voor geen enkele oude of nieuwe schrijver hoeft onder te doen). De Fransen nemen humor – en met name deze humoristische benadering van humor zelf – nu eenmaal te serieus.

Moet er nog aan worden toegevoegd dat Sterne van alle grote schrijvers het slechtste voorbeeld is, de wezenlijk onnavolgbare auteur, en dat zelfs Diderot zijn gewaagde poging heeft moeten bekopen? Wat de goede Fransen, en vóór hen enkele Grieken en Romeinen, als prozaïsten wilden en konden, is precies het tegenovergestelde van wat Sterne wil en kan: hij verheft zich juist als meesterlijke uitzondering boven wat alle schrijvers van zichzelf eisen: discipline, samenhang, karakter, standvastigheid in de bedoelingen, overzichtelijkheid, eenvoud, houding in gang en uitstraling.

Helaas lijkt de mens Sterne maar al te zeer verwant te zijn geweest met de schrijver Sterne: zijn eekhoornachtige ziel sprong met onstuitbare onrust van tak naar tak; alles wat tussen het verhevene en het schurkachtige in ligt, was hem bekend; op elke plek heeft hij gezeten, altijd met dat brutale, waterige oog en dat gevoelige gelaatsspel. Hij bezat – als de taal niet terugschrikt voor een dergelijke combinatie – een hardvochtige goedhartigheid, en te midden van de vreugden van een groteske, ja zelfs verdorven verbeelding toonde hij de beschroomde gratie van de onschuld. Zo’n vleselijke en zielsgerichte dubbelzinnigheid, zo’n vrijgeesterij tot in elke vezel en spier van het lichaam – zoals hij deze eigenschappen bezat – had misschien geen enkel ander mens.

Quantity:
Add To Cart